Een van de belangrijkste zaken bij het vissen met de vaste hengel is wel het tuigje.
Je hebt natuurlijk verschillende soorten dobbers maar wat nog belangrijker is ,is het uitloden en de loodverdeling van deze dobbers.
Voor wat betreft de dobber kun je het volgende ezelsbruggetje gebruiken; des te minder het water stroomt hoe dunner en langer de dobber moet zijn.
En hoe meer stroming en wind des te boller de dobber moet zijn.
Dus bij stilstaand water is het een slanke lange dobber, bij wind op dit stilstaande water gebruik je het liefst een dobber die voorzien is van een klein buikje aan de onderzijde.
Is het stilstaande water diep gebruik dan een uitgerekte peer vorm.
Op stromend water is het best een druppel vorm te gebruiken.
Dit alles heeft te maken met het zwaarte punt van de dobber en zijn oogje waar de lijn doorgaat. Hoe harder het stroomt, hoe kleiner de afstand moet zijn tussen het bevestigingsoog en het zwaarte punt.
Anders zou de dobber omkiepen tijdens het tegenhouden ( blokkeren) van de dobber.
Bij stilstaand water speelt dit geen rol hier moet de dobber zo gestroomlijnd mogelijk zijn om zodoende een zo laag mogelijke weerstand te creëren voor de vis tijdens de aanbeet.
Dit voor wat betreft de dobber keuze.
Voor stilstaand water tot een dobber gewicht van 1 gram gebruik ik alleen loodhagel.
Je begint met 3 dezelfde loodjes onderaan daarna dezelfde loodjes van een groter nummer als bulklood.
Een goede basis is de nummer 10 als de 3 val of aanbiedingsloodjes en als bulk loodjes de nummers 8.
Als de dobber scherp wordt afgelood moet je het loodje dat nodig is om de antenne tot de laatste centimeter onderwater te laten wegzakken deze boven het bulklood plaatsen.
De verdeling is als volgt: 1 loodje boven de lus ( lus in lus verbinding met de onderlijn)
1 loodje op iets meer dan de onderlijn lengte boven het eerste loodje het derde loodje op 7cm van het tweede loodje en het bulklood weer op 10cm afstand van het derde loodje.
HOE ZWAARDER DE DOBBER HOE GROTER DE NUMMERS VAN DE GEBRUIKTE LOODJES MOETEN ZIJN.
Voor dobbers zwaarder dan 1 gram of dobbers die gebruikt worden bij een snelle visserij gebruik ik Olivetti loodjes in combinatie met loodhagel.
De verdeling is als volgt het Olivetti loodje is plus minus 75% van het dobber gewicht.
De 3 val of aanbiedingsloodjes blijven als basis de nummers 10.
Het Olivetti loodje wordt tegengehouden met 1 loodhagel onder het Olivetti loodje en 1 boven het Olivetti loodje.
Met dien verstande dat het bovenste loodje tevens het loodje is waarbij de dobber op scherp wordt gesteld.
OOK HIER GELDT DAT HOE ZWAARDER DE DOBBER HOE GROTER DE NUMMERS VAN DE GEBRUIKTE LOODJES MOETEN ZIJN.
De loodverdeling is hetzelfde als bij het uitloden met loodhagel
.
Bij het aankopen van loodhagel is het uiterst belangrijk dat de gleufjes in het loodje precies in het midden zit. Tevens moet je er op letten dat het gleufje maar tot het midden van de loodhagel zit. Anders komen de loodjes niet uitgelijnd op de lijn te zitten en dit geeft een onbalans. Dus niet alle loodjes zijn even zacht er zijn firma’s die de loodjes extra diep insnijden en deze als zacht verkopen kijk dus uit. Als Olivetti loodjes neem je het beste een Olivetti met inwendige siliconen slangetje
Voor wat de lijn dikte deze is afhankelijk van of je met elastiek in de top vist of met een versneden top.
Ik zelf gebruik altijd elastiek behalve bij speedwip vissen ( kleine vissen op snelheid).
Als hoofdlijn gebruik ik 10/100 tot plus minus 1,5 gram is het gewicht van de dobber groter dan gebruik ik 12/100.
Zijn het grotere vissen die ik kan verwachte bijvoorbeeld karper vissen met de vaste stok dan ga ik tot 22/100.
De lijn dikte is dus afhankelijk van waar je vist en waarop je vist.
PROBEER HET UIT JE KRIJGT ZO EEN NATUURLIJKER AASAANBIEDING EN DUS MEER BEET.MOCHT JE NOG VRAGEN HEBBEN DAN BEANTWOORD IK ZE GRAAG
Met vriendelijk groeten,
Hans lamers
WIT VISTEAM DE VRIES
Heeft u zelf een goede vistip, stuur hem op of mail hem door en wij plaatsen hem met bronvermelding.
